GEZAG

GEZAG

In april 2016 luidde de titel van mijn bijdrage aan Bakkers in Bedrijf: ‘Als de baas een hork is’. Het ging over dominant, op macht gebaseerd gedrag van een ‘leider’ en het effect hiervan op anderen. Het gedrag dat angst en onzekerheid inboezemt, van het type leider dat zich superieur waant. Altijd bezig de ander eronder te krijgen, met eigen belang en eigen positie. Het gaat over straffen en belonen, voor of tegen, winnen of verliezen.

 

Deze vorm van ‘powerplay’ is tegenwoordig volop in de media. Het spreekt tot ieders verbeelding. Kijk maar eens naar de aandacht die uitgaat naar het gedrag van de huidige president van de Verenigde Staten. En wie kent niet de mateloos populaire Amerikaanse televisieserie House of Cards? Vooral het meedogenloze karakter Frank Underwood, gespeeld door Kevin Spacey, is onderwerp van gesprek. Zelfs in de serieuze pers wordt er aandacht aan besteed. Zo werd in een talkshow onlangs de vraag gesteld of Nederlandse politici kunnen leren van Underwood. Deze vraag werd met ja beantwoord.

De vraag is of deze op macht gebaseerde vorm van leiderschap gewenst en effectief is?

 

Volgens Mark van Vugt, hoogleraar aan de faculteit der Psychologie van de Vrije Universiteit van Amsterdam en onderzoeker aan de universiteit van Oxford, werkt het ‘oude leiderschap’ niet meer. In zijn boek Gezag betoogt hij dat leiders, die het beste uit hun mensen willen halen, gezag nodig hebben in plaats van macht. Mensen luisteren naar leiders die gezag hebben en volgen hen vrijwillig. Niet omdat het moet, maar omdat ze er zelf voor kiezen. Zij realiseren betere resultaten en het werkt prettiger voor zowel de volgers als de leider zelf.

 

Een leider die nog altijd wordt geroemd om zijn op gezag gebaseerde leiderschapsstijl, is Mahatma Gandhi. In zijn vreedzame verzet tegen de Engelse machthebbers weet hij veel mensen te inspireren hem vrijwillig te volgen, zonder dwang. In 1930 liep Gandhi samen met zijn volgelingen de bekende zoutmars. Met deze mars van 390 kilometer wilde Gandhi bij de oceaan Dandi zelf zout gaan maken, om zo te protesteren tegen de Britse zoutmonopolie in India. Gandhi begint zijn tocht met 78 mensen. Uiteindelijk sluiten zich meer dan 300.000 mensen bij hem aan. De vraag is: wat maakt dat een leider als Gandhi geen gebruik hoeft te maken van machtsmiddelen? Waarom volgen mensen hem uit vrije wil? Het antwoord is: gezag. En dat valt te ontwikkelen.

 

Aan de hand van de Evolutionaire Leiderschap Theorie (ELT) laat Van Vugt zien hoe iedere leidinggevende gezag kan ontwikkelen en hoe ook u als leider op de schouders kunt staan van gezaghebbende voorbeelden als Jeanne d’Arc, Gandhi, Martin Luther King, Kennedy en Mandela.

 

De zeven principes die volgens Van Vugt ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van gezag zijn de volgende:

1.     Ken uw uitdaging      - hoe krijg je gezag in moderne organisaties

2.     Vind uw niche            - doe waar je sterk in bent en ontwikkel je talent

3.     Leef u in                     - begrijp wat er leeft bij ondergeschikten

4.     Dien de groep            - maak uw eigen belang ondergeschikt aan dat van de groep

5.     Ken uw moment        - weet wanneer op te treden en wanneer niet

6.     Gedraag u                  - wees altijd eerlijk en betrouwbaar

7.     Ontwikkel u               - blijf leren en jezelf verbeteren

Door de ontwikkeling van de principes waarover de genoemde historische figuren beschikten, vergroot ook u uw effectiviteit en invloed. Mensen luisteren beter naar u en volgen uit vrije wil.